expositie
Uiterlijk

- ex·po·si·tie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tentoonstelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | expositie | exposities |
| verkleinwoord | expositietje | expositietjes |
de expositie v
- een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
- Fraukje ging naar een expositie van foto's uit de Tweede Wereldoorlog.
- ▸ In de conformistische dagen van nu is de tentoonstelling meer dan een overzicht van leven en werk van een geliefde Drentse blueszanger. Het is ook de expositie van een voorbij tijdperk. De posters en de platenhoezen verhalen over meer dan over muziek alleen. Ze vertellen over jong en wild zijn, langharig, in spijkerbroek. Over bier, liefde en verdriet. Het maakt nostalgisch. Om de blues van te krijgen.[2]
- ▸ Daar werd zes jaar geleden een nieuwe expositie van het zonnestelsel geopend, met adu planeten én 'een gordel van kleine, ijzige hemellichamen, waaronder Pluto'.[3]
- Het woord expositie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "expositie" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "expositie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be