expo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·po
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord expo expo's
verkleinwoord expootje expootjes

Zelfstandig naamwoord

expo v

  1. verkorting van expositie
    • De tentoonstelling zal nog doorreizen, hoopt Pethick, als andere musea in Soesterberg zijn komen kijken en de expo ook kopen. Pas dan wordt het hele project voor hem lonend. En verovert Djengis Khan uiteindelijk toch een beetje Europa.[1] 
  2. gebouw waarin verschillende exposities of beurzen gehouden kunnen worden
    • In Fryslân vindt op 5 november in het WTC Expo de eerste provinciebrede burgertop plaats, over de toekomst van het Friese platteland. Deze Friese dorpentop wordt georganiseerd voor alle inwoners van Fryslân van 18 jaar en ouder, uitgezonderd inwoners van de vier grote plaatsen Leeuwarden, Drachten, Heerenveen en Sneek.[2]  
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Daan van Lent 16 februari 2017
  2. Volkskrant Local Works 24 oktober 2016