Naar inhoud springen

enfoiré

Uit WikiWoordenboek
  • zn zelfstandig gebruik van het voltooid deelwoord van een oud werkwoord enfoirer "verschijten; bedekken in schijt", een afleiding van foire "diarree, schijterij"; letterlijk "die onder de diarree zit" [1]
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   enfoiré     l'enfoiré     enfoirés     les enfoirés  
vrouwelijk   enfoirée     l'enfoirée     enfoirées     les enfoirées  

enfoiré m

  1. (spreektaal) stommeling
    «Regarde-moi cet enfoiré, il double toutes les voitures en roulant sur la bande d’arrêt d’urgence!»
    Kijk eens, die idioot, die haalt alle auto's in op de vluchtstrook! [2]
  2. (spreektaal) klootzak, lul
    «Cet enfoiré de Simon, il frappe les mômes pour leur piquer leur pognon.»
    Die lul van een Simon slaat kinderen om hun poen af te pikken. [2]

enfoiré

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van enfoirer