elfjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van elf en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen elfjarig
verbogen elfjarige
partitief elfjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

elfjarig

  1. elf jaar oud
    • Het elfjarige kind ging naar groep 8 van de basisschool. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.