eetzaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·zaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetzaal eetzalen
verkleinwoord eetzaaltje eetzaaltjes

Zelfstandig naamwoord

eetzaal v/m

  1. een ruimte bedoeld voor het gezamenlijk nuttigen van maaltijden
    • Dan zien we elkaar om half een in de eetzaal. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be