ecoduct

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eco·duct
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel eco- met het achtervoegsel -duct
enkelvoud meervoud
naamwoord ecoduct ecoducten
verkleinwoord ecoductje ecoductjes

Zelfstandig naamwoord

ecoduct o

  1. een dierenpassage, met name over wegen en andere kunstmatige obstakels
    • Het nieuwe ecoduct wordt vandaag feestelijk geopend. 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be