dyslect

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dys·lect
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Grieks
enkelvoud meervoud
naamwoord dyslect dyslecten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dyslect m

  1. (medisch) iemand die veel moeite heeft met het (leren) lezen en spellen
     „De buitenwereld denkt meestal wat er ook op scholen wordt gezegd: dat je in een traag tempo leest en veel spelfouten maakt. Maar de werkelijkheid is veel ingewikkelder en voor iedere dyslect ook anders. Op basis van gesprekken die we met meer dan honderd dyslecten hebben gevoerd, hebben we ook geprobeerd om die verschillende vormen van dyslexie te verbeelden.”[1]
     Ik roep Maurice dan ook op om door te gaan met zijn spellingsvoorstel maar eerst eens te gaan praten met dyslecten. Elke grammaticaregel is te leren maar als je het beeld van een woord niet kunt onthouden heb je een probleem.[2]
     Geen hulp voor dyslect bij eindexamens: Leerlingen die dyslectisch zijn moeten vanaf dit schooljaar zonder hulp van een spellingscontroleprogramma hun eindexamens maken.[3]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Herman Haverkate “Anne Ligtenberg met dyslexie-boek in Enschede” (09-12-2018), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron “’Moeite dyslecten met andere spelling’” (28 nov. 2016), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron “Geen hulp voor dyslect bij eindexamens” (29-01-2016), Reformatorisch Dagblad