duurde voort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duur·de voort
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
voortduren

duurde voort

  1. enkelvoud verleden tijd van voortduren
    • Ik duurde voort. 
    • Jij duurde voort. 
    • Hij, zij, het duurde voort. 


Gangbaarheid