dunbevolkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dun·be·volkt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dunbevolkt dunbevolkter dunbevolktst
verbogen dunbevolkte dunbevolktere dunbevolktste
partitief dunbevolkts dunbevolkters -

Bijvoeglijk naamwoord

dunbevolkt

  1. dat er in verhouding met het oppervlakte van een gebied maar weinig mensen wonen
    • Legeroefeningen worden meestal gedaan in dunbevolkte gebieden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie