dubbeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub·be·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dubbeling dubbelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dubbeling v

  1. het in tweevoud voorkomen
     De werkgroep moest op zoek naar een alternatieve speelperiode, omdat de temperaturen in de golfstaat te hoog zijn in de zomer. Sjeik Salman geeft ook aan dat het toernooi niet in januari en februari kan worden gehouden, omdat dubbeling met de Winterspelen moet worden voorkomen.[1]
     Dubbeling: Locatus weet precies welke winkel waar zit in Nederland. Het onderzoeksbureau meldt dat in 109 gevallen een Bart Smit en Intertoys relatief dicht bij elkaar zitten (maximaal 2,5 kilometer afstand). Is er in die gevallen sprake van overlap, dus dat de ene winkel omzet afpakt van de ander?[2]
     De inspectie controleert primair of een bedrijf beschikt over de benodigde REACH-registratie. ECHA controleert of die ingediende registratie volledig en juist is. De ILT controleert bijvoorbeeld niet de toxiciteitsgegevens uit het registratiedossier, omdat anders een dubbeling zou ontstaan met de taak die ECHA daarbij heeft.[3]
  2. (scheepvaart) een tweede buitenbeplating die wordt aangebracht over de bestaande huid van een schip van bijvoorbeeld hout of staal

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “'De enige optie is eind 2022'” (24-02-2015,), NOS
  2. Bronlink Weblink bron Jeroen Schutijser “Binnen twee maanden is ook Bart Smit verleden tijd” (07-02-2017), NOS
  3. Bronlink Weblink bron Mitchell van de Klundert “Hoe gevaarlijk zijn chemische stoffen? Heel vaak weten we dat niet” (08-11-2018), NOS