drommels

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drom·mels
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: bastaardvloek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1682 [1]

Zelfstandig naamwoord

drommels mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord drommel

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Tussenwerpsel

  1. uitroep van frustratie, verduiveld

Verwijzingen