drietalig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·ta·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van drie en taal met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen drietalig
verbogen drietalige
partitief drietaligs

Bijvoeglijk naamwoord

drietalig

  1. met drie talen
    • België is een drietalig land. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.