drieërlei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·er·lei
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van drie met het invoegsel -er- met het achtervoegsel -lei
stellend
onverbogen drieërlei
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

drieërlei

  1. alleen attributief van drie soorten
    • Dat is voor drieërlei uitleg vatbaar. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be