tweeërlei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·er·lei
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van twee met het invoegsel -er- met het achtervoegsel -lei
stellend
onverbogen tweeërlei
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

tweeërlei

  1. alleen attributief van twee soorten
    • Dat is voor tweeërlei uitleg vatbaar. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.