doorschijnende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·schij·nen·de

Bijvoeglijk naamwoord

doorschijnende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van doorschijnend

Werkwoord

vervoeging van
doorschijnen

doorschijnende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van doorschijnen