Naar inhoud springen

doetje

Uit WikiWoordenboek
  • doet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord doetje doetjes

hetdoetjeo [3]

  1. iemand die te gemakkelijk doet wat een ander vraagt zonder kritisch te zijn
    • Het doetje moet naar een assertiviteitstraining waar hij van zich leert bijten, maar hij weigert om te gaan. 
94 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[4]