slappeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slap·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slappeling slappelingen
verkleinwoord slappelingetje slappelingetjes

Zelfstandig naamwoord

slappeling m

  1. een man zonder moed of kracht
    • De slappeling zal na het lezen van dit boek niet snel de sterke leider zijn. Daar is een intensieve training voor nodig, als zelfs dat al genoeg is. Maar als het lezen van dit boek leidt tot ten minste één moedige beslissing, die anders niet genomen zou worden, dan is het boek al geslaagd.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. slappeling op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Alex van der Hulst 20 april 2016