dikdik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Madoqua kirkii (damara-dikdik)
Uitspraak
Woordafbreking
  • dik·dik
enkelvoud meervoud
naamwoord dikdik dikdiks
verkleinwoord dikdikje dikdikjes

Zelfstandig naamwoord

dikdik m

  1. (zoogdieren) een dier dat behoort tot het genus Madoqua op Wikispecies van kleine antilopen
    «Dikdiks zijn genoemd naar het geluid dat ze voortbrengen.»
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid