denkwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • denk·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord denkwerk denkwerken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

denkwerk o

  1. tijd en moeite besteed aan bijvoorbeeld het oplossen van problemen of het voorbereiden van een plan
    • Dat vereiste veel denkwerk. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.