dekverf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dek·verf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dekverf dekverven
verkleinwoord dekverfje dekverfjes

Zelfstandig naamwoord

dekverf v / m [1]

  1. verf die dekt d.w.z. een ondoorzichtige laag oplevert

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen