darmwand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

schematische tekeningen van de darmwand
Uitspraak
Woordafbreking
  • darm·wand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord darmwand darmwanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

darmwand m [1]

  1. de binnenbekleding van de darm die in direct contact staat met de darminhoud
    • Het lichaam - dat niet van onbekende chemische stoffen houdt - heeft een flinke trukendoos om het de pil moeilijk te maken. “De eerste hindernis is het maagzuur”, zegt Cohen. “Sommige moleculen kunnen daar niet tegen en vallen uit elkaar. Daarom kan je bijvoorbeeld penicilline alleen maar toedienen door het in te spuiten.” Barrière twee is de darmwand, zegt de hoogleraar. “Die werkt als een soort pompje en laat niet alles door. Het is de kunst de moleculen zo te maken zodat ze daar doorheen komen.” [2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Liza van Lonkhuyzen 11 augustus 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be