dakloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dak·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dakloosheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dakloosheid v

  1. het dakloos zijn
    • De stijging van de dakloosheid in Nederland leek in 2013 voorbij te zijn. 


Meer informatie

Gangbaarheid