cueillir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
cueillir
cueillais
cueilli
derde groep volledig

Werkwoord

cueillir

  1. overgankelijk plukken
  2. (spreektaal) oppikken, ophalen
    «Bien sûr je viendrai te cueillir à l'aéroport!»
    Natuurlijk kom ik je ophalen van het vliegveld!! [1]
  3. (spreektaal) pakken, oppikken
    «Après le hold-up, ce lascar a été cueilli par les keufs.»
    Na de overval is die kerel gepakt door de smerissen. [1]

Verwijzingen