crank
Uiterlijk

- crank
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verbindingsstuk van fiets’ voor het eerst aangetroffen in 1897 [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | crank | cranks |
| verkleinwoord | - | - |
de crank m
- verbindingsstuk tussen pedaal en trapas van een fiets
- Het woord crank staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "crank" herkend door:
| 36 % | van de Nederlanders; |
| 19 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "crank" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ crank op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: crank (AU) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈkɹæŋk/, / [ˈkʰɹʷæŋk]/
- [A] Mogelijk van krank zn , verder van Proto-West-Germaans *krank, verder van Proto-Germaans *krangaz/ *krankaz
- [B] Via Middelengels crank/cronk van Angelsaksisch crancstæf (uiteindelijk dezelfde etymologie als [A])
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| crank | cranks |
[A] crank
- (vooral dialect), (medisch) aandoening, ziekte
- (informeel), (persoon) engerd, griezel zn
- (informeel), (persoon) kwast zn [2], raar iemand, snoeshaan, zonderling zn
- (informeel), (persoon) ziek iemand, ziek zn
- gril zn
- (informeel), (persoon) amateurwetenschapper
- (sport), (persoon) baseballliefhebber
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| crank | more crank | most crank |
crank
- (vooral dialect) moeilijk, ingewikkeld, [lastig]] [2]
- (informeel) merkwaardig, raar bn , vreemd
[B] crank
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to crank |
| he/she/it | cranks |
| verleden tijd | cranked |
| voltooid deelwoord |
cranked |
| onvoltooid deelwoord |
cranking |
| gebiedende wijs | crank |
crank
- overgankelijk aanslingeren, aanzwengelen
- onovergankelijk zich irritant of raar gedragen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 36 %
- Prevalentie Vlaanderen 19 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Medisch in het Engels
- Informeel in het Engels
- Persoon in het Engels
- Sport in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Techniek in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels