corduroy

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

man met poes en corduroy hemd
Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·du·roy
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘koordmanchester’ voor het eerst aangetroffen in 1899 [1] [2]
stellend
onverbogen corduroy
verbogen
partitief corduroys

Bijvoeglijk naamwoord

corduroy [3]

  1. sterke, geribde stof
    • Andere grote casualtrend: corduroy, oftewel ribfluweel, en dan liefst in een toepasselijke jarenzeventigkleur als bruin of donkerrood. Over de hele linie te zien, van Prada (foto), Dries Van Noten en Lemaire tot het commerciëlere Franse merk Paul & Joe.[4] 
    • Opvallende jassen - gewatteerd en van kleurrijke gedessineerde stoffen bijvoorbeeld, of van wol of corduroy met mouwen van kunstbont - waren gecombineerd met coltruien of overhemden, ruime (spijker)broeken en platte veterschoenen. Oversized, mannelijke colberts met broeken werden verfeestelijkt door er een jurk of oversized sjerp bij te dragen. Jurken - onder de ‘onderjurkmodellen’ kwamen blouses - vielen losjes en comfortabel langs het lichaam. Het leek soms of de vrouwen zelf een keuze uit de collectie hadden gemaakt, en die stukken droegen met hun eigen kleding en schoenen. Het leverde een totaalbeeld dat je zou kunnen omschrijven als poëtisch realisme, of realistische poëzie. Een buitengewoon aantrekkelijk en vriendelijk modevoorstel.[5]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen