contre

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
  • IPA: kɔ̃tʁ

Voorzetsel

contre

  1. tegen, tegenaan
    «Il s'appuie contre le mur.»
    Hij leunt tegen de deur.
  2. tegen, tegenover
    «Il prit position contre son père.»
    Hij nam stelling tegen zijn vader.
  3. ondanks
    «Envers et contre tout.»
    Ondanks alles
Synoniemen