contactloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tact·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen contactloos contactlozer contactloost
verbogen contactloze contactlozere contactlooste
partitief contactloos contactlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

contactloos

  1. zonder aanraking
    • Bij contactloos betalen is er geen fysiek contact tussen de pin-pas en de betaalautomaat. 
    • Het is voor criminelen heel eenvoudig om misbruik te maken van de nieuwe betaalpassen waarmee consumenten contactloos kunnen afrekenen aan de kassa [1] 
    • Uit onderzoek is gebleken dat mensen contactloos 30 procent meer uitgeven. Dat geldt vooral voor jongeren. [2] 


Gangbaarheid

Verwijzingen