cognitie
Uiterlijk
- cog·ni·tie
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kenvermogen’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1]
- van het Latijnse 'cognitio'
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cognitie | cognities |
| verkleinwoord | - | - |
de cognitie v
- het vermogen iets te leren
- kennisneming
- kennis, idee of overtuiging die zich in de geest van een personen bevindt
- Het woord cognitie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "cognitie" herkend door:
| 88 % | van de Nederlanders; |
| 86 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "cognitie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be