coalitiepartner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·a·li·tie·part·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coalitiepartner coalitiepartners
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

coalitiepartner m

  1. (politiek) elk van de politieke partijen die samen een regeringscoalitie vormen

Gangbaarheid