Naar inhoud springen

choucroute

Uit WikiWoordenboek
choucroute met rookworst
  • chou·crou·te
enkelvoud meervoud
naamwoord choucroute choucroutes
verkleinwoord

dechoucroutev/m

  1. (voeding) (België) zuur gemaakte witte kool
    • Oprichter Leonard Lipp kwam uit de Elzas – van oudsher een bierstreek en daarmee bakermat van het brasseriegebeuren – en nog steeds wordt er met gepaste trots Elzasser tapbier en choucroute garnie geserveerd. Ik hield het op onderstaande eventail d’avocat et crevettes. [1] 
     Het zag eruit als choucroute uit Alsace, maar met een soort pastaschelpen.[2]
31 %van de Nederlanders;
79 %van de Vlamingen.[3]
  1. NRC Janneke Vreugdenhil 31 januari 2008
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044633535
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  choucroute     la choucroute     choucroutes     les choucroutes  

choucroute v

  1. (voeding) choucroute; zuurkool
vervoeging van
choucrouter

choucroute

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van choucrouter
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van choucrouter
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van choucrouter