charismatisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·ris·ma·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen charismatisch charismatischer
verbogen charismatische charismatischere
partitief charismatisch charismatischers -

Bijvoeglijk naamwoord

charismatisch [1]

  1. van een persoon: veel uitstraling hebbend zodat mensen die persoon willen volgen of accepteren als leider
    • De charismatische sekteleider had veel kritiekloze volgers.  
     Hij maakte zich nergens druk om, al helemaal niet over morgen en was een echte hippie met zijn geliefde hasjpijp in zijn mond. Vrouwen waren gek op zijn charismatische uitstraling.[2]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be