chaise

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
  • IPA: /ʃɛːz/
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chaise     la chaise     chaises     les chaises  

Zelfstandig naamwoord

chaise v

  1. stoel
    Il rangeait les chaises sous la table.Hij zette de stoelen onder de tafel.
Uitdrukkingen en gezegden
  • prendre une chaise
    • zich zetten
  • une chaise à porteurs
    • een draagstoel
  • une chaise de poste
    • een postkoets
  • une chaise longue
    • een ligstoel