Naar inhoud springen

chômage

Uit WikiWoordenboek
  • geattesteerd sinds de 13de eeuw, van chômer met het achtervoegsel -age [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chômage     le chômage     chômages     les chômages  

chômage m

  1. werkloosheid
    Ce mois le chômage a baissé. = Deze maand is de werkloosheid gedaald.