cauchemar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cauchemar     le cauchemar     cauchemars     les cauchemars  

Zelfstandig naamwoord

cauchemar m

  1. nachtmerrie
    «Il eut des cauchemars toute la nuit.»
    Hij had de hele nacht last van nachtmerries.