capitularium
Uiterlijk
- ca·pi·tu·la·ri·um
- afgeleid van het Latijnse capitula (hoofdstukjes) met het achtervoegsel -arium [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | capitularium | capitulariums |
| verkleinwoord | capitulariumpje | capitulariumpjes |
het capitularium o
- (geschiedenis) de gezamenlijke wetten van de Frankische koningen {1769}
- Het woord 'capitularium' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.