bunkerdorp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bunkerdorp

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·ker·dorp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bunkerdorp bunkerdorpen
verkleinwoord bunkerdorpje bunkerdorpjes

Zelfstandig naamwoord

bunkerdorp o

  1. bij elkaar horende groep van uitgegraven en versterkte verdedigingsstellingen op loopafstand van elkaar, met voorzieningen voor een langduriger verblijf van de gebruikers
    • Nu het herenigde Duitsland Berlijn als hoofdstad heeft en is omringd door bondgenoten is besloten het nimmer gebruikte bunkerdorp te ontmantelen. [1]
  2. geheel van bunkers dat als camouflage van buiten op een gewoon dorp lijkt
    • Het bunkerdorp moest een echt dorp voorstellen met straatjes en grasperken. [2]
  3. woon- of recreatiegebied dat uit voormalige bunkers bestaat
    • Bij een inbraak in een bunker in het bunkerdorp in het Kostverlorenpark werden, na het forceren van een luik, een koperen olielamp, tuinmeubilair en enig gereedschap gestolen. [3]
  4. dorp waar veel bunkers staan
    • Astene was als startpunt van de bunkerlinie een echt bunkerdorp. [4]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen