Naar inhoud springen

buitenwereld

Uit WikiWoordenboek
  • bui·ten·we·reld
enkelvoud meervoud
naamwoord buitenwereld buitenwerelden
verkleinwoord buitenwereldje buitenwereldjes

debuitenwereldv/m

  1. het deel van de wereld wat je zelf niet zo goed kent en waar je zelf vrij onbekend bent
    • De Nederlandse burger is bang voor de buitenwereld en hij neemt dat de overheid kwalijk. “Door immigratie en open grenzen dreigt Nederland te veel van zijn eigenheid te verliezen.”[1] 
  2. de wereld buiten de eigen directe levenssfeer
     ' 'Haaaaaa Lotje, ik heb zo'n zin in een mueslireep, heb jij er nog een in die handige rugzak van je?' 'O Lot, trouwens, ik ga dood, dus misschien kun je mij helpen om beter te leven?' De buitenwereld is een kakofonie, een stemmenorkest dat me aldoor lijkt te roepen.[2]
     Volgens hem was het beter om een paar weken geïsoleerd van de buitenwereld te leven.[3]
  3. de wereld buiten het eerder aangegevene
     De twee belangrijkste bruggen waren verwoest, waardoor het centrum van de buitenwereld was afgesloten, en niemand stak ook maar een vinger uit om ze te herstellen.[4]
  4. het grote publiek
    • De artiest was in de buitenwereld erg geliefd. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. Bas Blokker NRC 30 december 2015
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be