brun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Bijvoeglijk naamwoord

brun

  1. (kleur) bruin


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • brun
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord brúnn.
Naar frequentie 5405
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud brun brunere brunest
o enkelvoud brunt
meervoud brune
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
brune brunere bruneste

Bijvoeglijk naamwoord

brun

  1. (kleur) bruin
    «Hvordan lager jeg en god brun saus til min datter som har cøliaki.»
    Hoe maak ik een goede bruine saus voor mijn dochter die heeft coeliakie.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • være brun i huden
een bruine huid hebben
Typische woordcombinaties
  • brun saus
bruine saus
  • brune øyne
bruine ogen
  • brunt diktatur
nazi-dictatuur
  • brunt hår
bruin haar


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • brun
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord brúnn.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud brun brunare brunast
o enkelvoud brunt
meervoud brune
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
brune brunare brunaste

Bijvoeglijk naamwoord

brun

  1. (kleur) bruin
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • være brun i huden
een bruine huid hebben
Typische woordcombinaties
  • brun saus
bruine saus
  • brune auga
bruine ogen
  • brunt diktatur
nazi-dictatuur
  • brunt hår
bruin haar


Zweeds

Bijvoeglijk naamwoord

brun

  1. (kleur) bruin