bovenaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·aan
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

bovenaan

  1. op de bovenste plaats van een rij
    • Hij stond al enige tijd bovenaan in het puntenclassement. 
Opmerkingen
  1. Verwar het bijwoord bovenaan niet met de uitdrukking boven aan; het bijwoord boven gevolgd door het voorzetsel aan.
    • Boven aan de lijst prijkte zijn naam. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.