biter
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| biter |
bitais |
bité |
| eerste groep | volledig | |
biter
- (spreektaal) snappen
- «Putain! J’bite rien en math cette année!»
- Verdomme! Ik snap dit jaar niks van wiskunde! [1]
- «Putain! J’bite rien en math cette année!»
- bi·ter
biter
- tegenwoordige tijd van bite
- bi·ter
biter
- tegenwoordige tijd van bite
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Werkwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 5
- Werkwoord in het Nynorsk