biochemisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·che·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen biochemisch biochemischer
verbogen biochemische biochemischere
partitief biochemisch biochemischers -

Bijvoeglijk naamwoord

biochemisch

  1. (medisch) (scheikunde) met betrekking tot de chemische omzetting van stoffen in levende wezens
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be