binnenstormen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·stor·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenstormen
stormde binnen
binnengestormd
zwak -d volledig

Werkwoord

binnenstormen

  1. Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.
    • Hij stormde woedend de vergadering binnen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.