binnensmokkelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·smok·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnensmokkelen
smokkelde binnen
binnengesmokkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

binnensmokkelen

  1. goederen een gebied in smokkelen
    • Elk jaar wordt er weer veel verboden vuurwerk Nederland binnengesmokkeld. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.