bijwoordelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·woor·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bijwoordelijk bijwoordelijker bijwoordelijkst
verbogen bijwoordelijke bijwoordelijkere bijwoordelijkste
partitief bijwoordelijks bijwoordelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

bijwoordelijk

  1. (taalkunde) als bijwoord fungerend
    Ontleed enkel de zinnen met een bijwoordelijke bepaling.