bide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bide m

  1. (spreektaal) pens
    «Rester assis toute la journée, ça fait prendre du bide
    De hele dag zitten, daar word je dik van. [1]
  2. (spreektaal) flop, mislukking
    «Ce nouveau clip a fait bide à la télé.»
    Die nieuwe videoclip is geflopt op tv. [1]
  3. (spreektaal) gelul, onzin
    «Cette histoire-là, c'est vraiment du bide
    Dat verhaal is echt gelul. [1]

Verwijzingen