bewijsbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wijs·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bewijsbaar bewijsbaarder bewijsbaarst
verbogen bewijsbare bewijsbaardere bewijsbaarste
partitief bewijsbaars bewijsbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bewijsbaar

  1. dat iets niet alleen maar beweerd kan worden maar dat het ook met feiten aangetoond kan worden
    •  
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.