betaalt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·taalt

Werkwoord

vervoeging van
betalen

betaalt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betalen
    • Jij betaalt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betalen
    • Hij betaalt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van betalen
    • Betaalt!