benefiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

De 24-uur van Snaaskerke is een benefiet voor een medische hulp helikopter
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ne·fiet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘voorstelling ten bate van een goed doel (persoon of zaak)’ voor het eerst aangetroffen in 1830 [1]
  • Ontleend aan Engels benefit [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord benefiet benefiets
verkleinwoord benefietje benefietjes

Zelfstandig naamwoord

benefiet o [3]

  1. iets dat gedaan wordt voor het goede doel
    • Met Stan speelt hij donderdag in Monty een benefiet voor de Hollandse meesters, nu die in eigen land weer uit de subsidieboot gevallen zijn. [4] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen