belastbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·last·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen belastbaar belastbaarder belastbaarst
verbogen belastbare belastbaardere belastbaarste
partitief belastbaars belastbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

belastbaar

  1. dat het gewicht kan en mag dragen
    • Het gebroken been is na de operatie weer volledig belastbaar 
  2. waarover belasting wordt geheven
    • Het belastbaar inkomen was heel laag door alle aftrekposten die de belastingplichtige had opgevoerd. 

Gangbaarheid