bekoeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·koe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekoeling bekoelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bekoeling v [1]

  1. (figuurlijk) het minder vriendelijk worden van een warme, hechte vriendschappelijke relatie
    • Als je zo’n gesprek dan aangaat, is het wel raadzaam om niet met een beschuldigende vinger te wijzen, zegt Ritsema. „Je kunt wel zeggen: ‘je verveelt me’ of ‘jij hangt alleen maar in het café rond’, maar je kunt de reden voor bekoeling beter bij jezelf leggen dan de ander aanvallen.” [2] 
    • De Israëlische regering riskeert hiermee een verdere bekoeling van de relatie met de Verenigde Staten. De Amerikaanse president Barack Obama bezoekt naar verwachting komende lente Israël en de Westelijke Jordaanoever. [3] 
    • In oktober bleek dat de mobiele telefoon van Merkel werd afgeluisterd door de NSA. Dat incident zorgde voor een flinke bekoeling van de relatie tussen beide landen. Merkel sprak na dat incident van een 'grote vertrouwensbreuk' tussen beide landen. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen